Contact

Informatie > Hulpverleners

Homoseksualiteit in allochtone kringen
Homoseksueel gedrag is universeel – homoseksuele identiteit en levensstijl zijn dat niet. Nederland heeft tolerantie ten aanzien van homoseksuelen hoog in het vaandel staan. De gelijkheid en gelijkwaardigheid van homoseksuelen aan heteroseksuelen zijn hier vastgelegd in wetten en bepalingen; het overgrote deel van de samenleving accepteert de aanwezigheid van homoseksuelen en de vrijheid om je seksuele voorkeur openlijk te belijden is een grondrecht. Iedereen, ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, etniciteit of geslacht, is hier vrij om te zijn wie hij wil zijn, uiteraard binnen de grenzen van de wet.

Voor sommige allochtone groepen is die tolerantie voor homoseksualiteit moeilijk te begrijpen. Zij zien homoseksualiteit als een verschijnsel dat wezensvreemd is aan ’hun’ cultuur. Niet zelden vinden zij (de zichtbare aanwezigheid van) homoseksuelen shockerend en verwerpelijk. De laatste jaren zien wij de afwijzing van homoseksualiteit door bepaalde allochtone groepen scherper naar voren komen.
Homoseksualiteit wordt veroordeeld met een beroep op de waarden en normen van de eigen culturele (etnische, religieuze) gemeenschap; de gelijkheid en gelijkwaardigheid van homoseksuelen worden in- en expliciet terzijde geschoven als uitingen van de Nederlandse cultuur, die men niet kan of wenst over te nemen.

Binnen de allochtone gemeenschappen lijkt de moeizame omgang met homoseksualiteit het zwaarst bij jongeren op te spelen. We horen bijvoorbeeld vaker dan vroeger over agressie van Marokkaanse jongeren tegen homoseksuelen op school en op straat.
Homoseksualiteit is eigenlijk voor alle jongeren een ’moeilijk’ onderwerp. Er zijn maar weinig jongeren, autochtoon of allochtoon, voor wie homoseksualiteit iets vanzelfsprekends is. Dat geldt voor jongeren die ontdekken zélf homoseksuele gevoelens te hebben net zo goed als voor alle andere jongeren, die ontdekken in een wereld te leven waarin niet iedereen heteroseksueel is.

Allochtone homoseksuelen leven vaak in tweestrijd en kunnen daardoor in grote problemen komen. Enerzijds willen zij een leven als homoseksueel leiden, anderzijds willen zij hun familie niet teleurstellen of in de steek laten. Families kunnen uitermate negatief reageren als de homoseksualiteit van een zoon of dochter bekend wordt. Verstoting en eerwraak kunnen tot de gevolgen horen.

 

Problematiek
De problematiek rond homoseksualiteit in onze multiculturele samenleving valt grofweg uiteen in drie thema’s:

1 Onbespreekbaarheid van homoseksualiteit in sommige culturele groepen;

2 Geringe tolerantie tegenover homoseksualiteit in sommige bevolkingsgroepen met een van oorsprong niet-Nederlandse achtergrond, en multiculturele spanningen rond (homo)seksualiteit;

3 Knelpunten voor jongeren met homoseksuele, biseksuele, lesbische of transgendergevoelens.

 


Onbespreekbaarheid van homoseksualiteit

Volgens Forum, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, is in veel allochtone gemeenschappen het thema homoseksualiteit onbespreekbaar. Dat maakt het voor allochtone jongeren bijna onmogelijk de waarden en normen van de eigen gemeenschap te vergelijken en deze te verenigen met de Nederlandse principes van tolerantie, acceptatie en respect. In een omgeving waar niet – of alleen afkeurend – over het thema wordt gesproken, worden jongeren in hun afwijzing van homoseksualiteit bevestigd. Door in navolging van de eigen kring homoseksualiteit te verwerpen, nemen allochtone jongeren afstand van de Nederlandse samenleving. Zo dreigt het thema homoseksualiteit te politiseren: jongeren uit etnische groepen profileren zich op antihomoseksuele standpunten en gedrag, zonder dat zij door de eigen kring (en bijvoorbeeld hun ouders) worden teruggefloten met een beroep op principes van tolerantie, acceptatie en respect.


Geringe tolerantie tegenover homoseksualiteit

De rechtspositie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen is de laatste jaren verbeterd. Desondanks is er een tendens te bespeuren waarin een (gevoel van) afnemende tolerantie waarneembaar is. Cijfermateriaal over het taboe op homoseksualiteit onder diverse culturele groepen is slechts zeer summier beschikbaar.

Het taboe zelf maakt het moeilijk statistisch materiaal te verzamelen over de perceptie hiervan.

Tolerantie is nog geen acceptatie. In het in 1997 uitgevoerde onderzoek ‘Hoe roze is Amsterdam?’ van Korf en Jorna bleek dat de houding van allochtone groepen burgers tegenover homoseksualiteit soms zeer negatief kan zijn. Uit het meer recente onderzoek ‘Gewoon Doen’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) van september 2006, blijkt daarentegen dat vrijwel de gehele Nederlandse bevolking tot op zekere hoogte van mening is dat homoseksuelen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat willen. Een meerderheid van de allochtonen deelt overigens die mening. Maar ditzelfde onderzoek laat zien dat tolerantie zeker niet hetzelfde is als acceptatie. Zo is 22 procent van de bevolking erop tegen dat het burgerlijk huwelijk is opengesteld voor homoseksuelen. Onder Turken en Marokkanen ligt dit percentage respectievelijk op 55 en 48 procent en onder Antilianen en Surinamers op 36 en 22 procent. Voor autochtonen ligt dit percentage op 9 procent. Men vindt dat homoseksuelen weliswaar voor hun seksuele voorkeur uit mogen komen, maar zich in de openbare ruimte ‘zo gewoon mogelijk’ dienen te gedragen.

Uit een grootschalig landelijk onderzoek naar jongeren en seksualiteit in 2005 (De Graaf et al., 2005) blijkt dat jongeren zich in algemene zin nogal negatief uiten als het gaat om homoseksualiteit.

De Rotterdamse Jeugd Monitor (oktober 2005) onder scholieren de Maasstad laat zien dat de tolerantie tegenover homoseksualiteit bij Nederlandse jongeren ten opzichte van 2002 toeneemt, en bij Turkse en Marokkaanse jongeren afneemt. Opvallend is dat meisjes uit alle groepen toleranter zijn dan jongens.

 

Knelpunten voor allochtone jongeren

Het ontdekken van homoseksuele, lesbische of transgender gevoelens roept bij vrijwel iedereen vragen en verwarring op. Wat betekent het voor je identiteit en voor je verwachtingen van het leven? Dat speelt sterker voor mensen uit etnische minderheidsgroepen vanwege de rol van cultuur en religie, die homoseksualiteit in de taboesfeer zet. Bijvoorbeeld bij culturen die gebaseerd zijn op de Islam of het Hindoeïsme.

Gemeenschappen van etnische minderheden zijn vaak groepsgericht, en eer en schande zijn er centrale thema’s. Het is in veel gevallen een schande voor de familie wanneer een zoon of dochter homoseksuele of lesbische gevoelens heeft, en al helemaal als hij of zij daar uiting aan geeft. Deze jongeren kunnen binnen hun gemeenschap niet veel kanten op.

 

Drieledige problematiek

De problemen die dit met zich meebrengt zijn drieledig. Allereerst hebben de betreffende jongeren te maken met een innerlijk conflict tussen hun homoseksuele gevoelens en de loyaliteit naar familie en religie. Als allochtone homoseksuele jongeren geen vorm kunnen geven aan hun gevoel, kan dat leiden tot een reeks van psychische en somatische problemen (isolement, parasuïcide, dropout, onveilig gedrag, ongewenste zwangerschappen en dergelijke). Maar als zij wél vormgeven aan hun gevoel, kunnen problemen ontstaan met hun omgeving die deze keuze niet accepteert, hetgeen vervolgens weer psychische problemen kan veroorzaken.

Ten tweede stuiten allochtone homoseksuele jongeren op een hogere drempel naar hun eigen sociale omgeving. Dat levert soms psychische problemen op, maar kan ook leiden tot een opeenstapeling van praktische problemen rond bijvoorbeeld huisvesting, problemen met familie en moeizaam contact met lotgenoten.

 

Op de derde plaats krijgt deze groep te maken met de moeilijke toegankelijkheid van ‘witte’ hulpverleningsinstanties als maatschappelijk werk en -opvang, bureaus jeugdzorg en lokale welzijnsvoorzieningen. Daar is op dit moment nog een gebrek aan expertise rond de problematiek van deze groep.

 

Hulpbehoefte en hulpaanbod
De meeste jonge homoseksuele allochtonen met problemen hebben verschillende soorten hulp nodig. Het gaat om praktische hulp op het gebied van veiligheid, huisvesting, geld en informatie en om psychosociale hulp. Een aantal van hen heeft zulke ernstige problemen dat psychiatrische hulp nodig is.

Het hulpaanbod moet dus breed en gevarieerd zijn. De gewenste deskundigheid is een combinatie van homospecifieke en transculturele hulpverlening: ondersteunend, maar met aandacht voor de collectief ingestelde culturele achtergrond van allochtone jongeren met homoseksuele gevoelens. Methodisch dient de hulpverlener in staat te zijn hulp te bieden op het snijvlak van etnische en homospecifieke methodieken.

Het bestaande hulpaanbod is nog weinig gericht op deze specifieke combinatie van hulpverlening. Bovendien is de drempel naar reguliere hulpverlening vaak hoog voor allochtone jongeren met homoseksuele gevoelens.

Ook zijn er weinig veilige “gewone” ontmoetingsmogelijkheden voor allochtone jongeren met homoseksuele gevoelens. Het taboe op homoseksualiteit in de meeste allochtone (zelf)organisaties werpt een hoge drempel op voor homoseksuele allochtone jongeren om hun problemen daar te bespreken.

Een deel van de problemen van allochtone jongeren met homoseksuele gevoelens kan overigens nooit opgelost worden door hulp en opvang, maar alleen door veranderingen in de samenleving. Het gaat dan om bestrijding en opheffing van homodiscriminatie en etnische discriminatie.

Laagdrempelig:
Veiligheid blijkt bij deze groep een grote rol te spelen. De jongeren durven alleen hulp te vragen wanneer zij de hulpverlener kunnen vertrouwen. Dit wordt onder meer bereikt door medewerkers en vrijwilligers uit de doelgroep in te zetten die hiervoor een training hebben gehad. Het is heel belangrijk dat men onder andere laagdrempelige activiteiten organiseert en medewerkers en vrijwilligers uit de doelgroep inzet.


Onderwijs
Op school worstelen schrikbarend veel jongeren met hun homoseksuele gevoelens. Tegelijk blijkt dat er op scholen nog veel werk te doen is rondom dit onderwerp. Zo blijkt dat jongeren over het algemeen negatiever denken over homoseksualiteit dan ouderen. Maar ook staan veel jongeren nog redelijk ambivalent tegenover homoseksualiteit, omdat ze nog niet veel over het onderwerp hebben nagedacht en nog geen duidelijke mening gevormd hebben.

De houding van allochtone jongeren ten opzichte van homoseksualiteit kan soms erg negatief zijn. De meeste jongeren veroordelen het vanwege hun geloof. Tijdens voorlichtingen, die onder andere door het COC worden gegeven, reageren sommige allochtone jongeren behoorlijk geëmotioneerd op het onderwerp en ontstaan er regelmatig verhitte discussies. Deze jongeren geven vaak aan hun kinderen op straat te zullen zetten mochten deze homoseksueel zijn. De voorlichters van COC geven aan dat het dan moeilijk is om tot hen door te dringen.

Het onderwijs lijkt dan ook de beste plek om aan de sociale acceptatie van homoseksualiteit te werken: het biedt scholen een kans om het onderwerp op een open manier te bespreken, voordat vooroordelen de overhand nemen in de beeldvorming van jongeren. Een onveilig schoolklimaat, gekoppeld aan een beperkte openheid over homoseksualiteit, kan sterk bijdragen aan de ontwikkeling van depressies bij jongeren die zelf worstelen met homoseksuele gevoelens.

Als men door middel van voorlichting op scholen voor elkaar kan krijgen dat er minder in stereotypes wordt gedacht, helpt dat de leerlingen die nog in de kast zitten. Door aan scholieren te laten zien wat het betekent om de woorden ‘homo’ en ‘gay’ als scheldwoorden te gebruiken, kan de sfeer in de klas verbeteren. Alleen door dialoog en discussie kan intolerantie worden aangepakt.


Maatschappelijke dialoog
Een van de invalshoeken van het project is “de dialoog als doel en als middel.” Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat mensen vanuit verschillende achtergronden op een respectvolle manier met elkaar in gesprek gaan over homoseksualiteit. Het is daarbij niet de bedoeling om elkaar te overtuigen, maar om elkaar te verrijken en om met elkaar te blijven praten zodat we taboes in de toekomst kunnen voorkomen in plaats van te doorbreken.

Door mensen en organisaties met elkaar te verbinden kunnen nieuwe inzichten, ideeën, inspiratie en concrete initiatieven ontstaan die bijdragen aan een prettig leefklimaat. Het streven is om gezamenlijk, op een eigen manier, het respect voor verschillende waarden en zienswijzen te bevorderen en om intolerantie ten opzichte van homoseksualiteit te verminderen.

In 2001 hebben het Humanistisch Verbond, het COC Nederland, Stichting Malaica en de Stichting Islam en Burgerschap, gesteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport, de handen ineen geslagen en een plan gemaakt om een dialoog op te zetten tussen verschillende religieuze en levensbeschouwelijke organisaties en homo’s om het wederzijdse begrip te verbeteren. Directe aanleiding hiervoor waren een aantal kwetsende publieke uitspraken over homoseksualiteit door bekende religieuze voorgangers. Het project heeft een brede maatschappelijke dialoog opgezet en heeft zich daarna gericht op kleinschalige dialogen tussen buurt- en wijkbewoners en  sinds 2008 stimuleren zij organisaties en individuen uit levensbeschouwelijke kringen om zelf dialogen te organiseren en ondersteunen zij daarbij.
Voor meer informatie over “De Dialoog” kijk op www.dedialoog.nu


Maatschappelijke organisaties
In de hulpverlening aan allochtone jongeren met homoseksuele gevoelens is het belangrijk om te weten welke relevante partners betrokken zijn bij deze problematiek, zodat men tijdig en goed door kan verwijzen en eventuele samenwerking aan kan gaan. Deze samenwerking kan eenmalig zijn of leiden tot een samenwerkingsverband in de vorm van een netwerk.

Voor meer informatie over de relevante partners verwijzen we u naar de sociale kaart die u op deze website kunt downloaden.